Bekijk rustig de instructies hieronder en bedenk: oefening baart kunst. Het maakt niet uit of u links- of rechtshandig bent – houd de haak vast met de hand waarmee u schrijft. U kunt de haaknaald vasthouden zoals u een pen vasthoudt of u kunt de haak onder uw hand houden, zoals u een mes vasthoudt. Het belangrijkste is dat u prettig haakt; er is geen goede of foute manier.
Schuiflus

Als u haakt, begint u bijna altijd met een schuiflus. U heeft een lange draad nodig. Maak een cirkel met het garen, haal het losse uiteinde (dat niet aan de bol vastzit) door de cirkel naar boven en trek de draad aan. Zet deze lus op de haaknaald en trek de draad verder aan zodat de lus stevig om de haaknaald heen zit.

Draad vasthouden

Nu de schuiflus klaar is, houdt u uw linkerhand omhoog met de handpalm naar voren, of uw rechterhand als u linkshandig bent. Er zijn twee manieren om het garen vast te houden; u ziet ze bij A & B.

A – Klem het losse uiteinde van het garen tussen uw pink en ringvinger en leid het garen langs de achterkant van uw hand. Steek uw wijsvinger uit en leid de draad over uw vinger heen.

B – U kunt ook het garen twee keer om uw wijsvinger heen wikkelen.

Ketting van lossen haken

De basisketting is het begin van bijna al het haakwerk. Als hij klaar is, lijkt hij op een vlecht met een serie V’tjes aan de voorkant.
Steek de haak onder het garen door dat op uw wijsvinger rust. Pak het garen met de draad en haal het door de lus op de haaknaald. Herhaal dit totdat u het gewenste aantal steken heeft. Tel als u haakt elke steek, maar tel de lus op de haak niet mee als steek.

Halve vaste

Deze steek wordt gebruikt om delen te verbinden of om onzichtbaar van het ene punt naar het andere te ‘lopen’. Steek de haak door de steek en maak een omslag om de haak (omsl) door de haak onder het garen dat op uw wijsvinger rust door te steken en het door de lus op de haaknaald heen te halen. Er staan nu 2 lossen op de haak. Haal de eerste lus door de tweede lus, zodat er nog 1 lus over is op de haak.

Vaste

Deze kleine steek is stevig en netjes en perfect voor het haken van motieven. Een kant van je basisketting bestaat uit een rij van V-tjes.

1 – Tel op uw basisketting de steken terug vanaf de haak. Steek de haak in het tweede V’tje vanaf de haak.

2 – Sla het garen om de haak en haal de draad door de steek. Er staan nu 2 lussen op de haaknaald.

3 – Sla het garen weer om de naald en haal de draad door beide lussen op de haaknaald. U heeft nu een vaste gehaakt! Ga zo verder in elke steek tot het einde van de ketting.

Stokje

Deze lange, stevige steek is waarschijnlijk de meest gehaakte steek van allemaal en is perfect voor het maken van grote projecten.

1 – Maak een omslag en steek de haak in de vierde losse van uw basisketting

2 – Maak een omslag en haal de draad door. Er staan nu 3 lussen op de haaknaald

3 – Maak een omslag en haal de draad door 2 lussen. Er staan nu nog 2 lussen op de haaknaald;

4 – Maak een omslag, haal de draad door 2 lussen op de haaknaald en maak zo de steek af. Maak een omslag , steek de haak in de volgende losse en herhaal stap 2 t.e.m 4. Herhaal in elke losse.

Dubble stokje

Dit is een snelle, lange en losse steek. Sla het garen twee keer om de haak en steek de haak in de steek. Sla het garen om de haak (omsl) en haal de draad door de steek. Er staan nu 4 lussen op de haaknaald. Omsl, haal de draad door 2 lussen, omsl, haal de draad door 2 lussen, omsl en haal de draad door de laatste 2 lussen op de haaknaald.

Driedubbel Stokje

Deze zeer lange en losse steek wordt niet vaak gebruikt, maar hij is hoog en handig voor kant-achtig werk. Sla het garen 3 keer om de haak en steek de haak in de steek. Sla het garen om de haak (omsl) en haal de draad door de steek. Er staan nu 5 lussen op de haaknaald. Omsl, haal de draad door de 2 lussen, omsl, haal de draad door de 2 lussen, omsl, haal de draad door de 2 lussen, omsl en haal de draad door de laatste 2 lussen op de haaknaald.

Keerlosse

Aan het einde van elke toer haakt u een aantal extra lossen om te kunnen keren — het aantal lossen hangt af van de steken die u haakt. De keerlossen telt u op bij het totale aantal steken als u de basisketting haakt. Voeg het volgende aantal lossen toe:

Voor vasten: 1 losse

Voor stokjes: 3 lossen

Voor dubbele stokjes: 4 lossen

Voor driedubbele stokjes: 5 lossen

U haakt ook een keerlossen aan het begin van elke toer. Deze vervangen de eerste steek op de toer, ook als u in de rondte haakt. Sommige hakers en haaksters vinden het prettig om de extra losse te haken VOOR het keren, maar doe dat alleen als u heen en weer haakt.

Half stokje

Maak 1 omsl om de haak en steek de haak in de steek, omsl haal de draad door de steek zodat er 3 lussen op de haaknaald staan. Omsl, haal de draad door alle 3 de lussen op de haaknaald.

Half dubbel stokje

Maak 2 omsl om de haak en steek de haak in de steek. Omsl, haal de lus door de steek zodat er 4 lussen op de haaknaald staan. Omsl, haal de draad door 2 lussen op de haaknaald, omsl, haal de draad door de 3 overgebleven lussen op de haaknaald.

Meerderen

Als u een aantal steken wil meerderen op een toer, haakt u gewoon 2 of meer steken in 1 steek van de vorige toer.

Minderen

U kunt minderen door gewoon een steek over te slaan van de vorige toer, maar er is ook een andere methode die vaak toegepast wordt om 2 steken van de toer ervoor samen te haken tot 1 steek op de huidige toer. Meestal haakt u zo 2 stokjes samen. Maak 1 omsl om de haak en steek de haaknaald in de steek, omsl, haal de draad door de steek, omsl, haal de draad door de 2 lussen op de haaknaald, omsl, haal de draad door de overgebleven 3 lussen op de haaknaald. Eigenlijk haakt u eerst een deel van één steek, vervolgens haakt u het tweede deel van de volgende steek en dan haakt u beide steken samen. Er ontstaat zo een omgekeerde ‘V’ op de toer. U kunt twee dubbele stokjes op dezelfde manier samen haken.

Voor om de steel heen haken

Steek de haaknaald om de steek van de toer eronder heen — van rechts naar links — en duw zo de steek naar voren met de haaknaald. Haak de steek zoals gewoonlijk.

Achter om de steel heen haken

Steek de haaknaald om de steek heen vanaf de achterkant — van rechts naar links — en duw zo de steek naar ACHTEREN met de haaknaald. Haak de steek zoals gewoonlijk.

In de rondte haken

Als u in de rondte haakt, is dat vaak door een ring van lossen, maar er zijn ook twee andere manieren om een cirkel te haken

De magische cirkel is ideaal als u een midden wilt zonder gaatje. Wikkel het uiteinde van de draad om uw wijsvinger en houdt dan het losse uiteinde vast. Houdt de ‘magische cirkel’ stevig vast met de duim en wijsvinger van de hand waarmee u het garen vasthoudt en haak de eerste steken voor uw basistoer om de ring. Sluit de toer met een halve vaste en trek het losse draadeinde aan om de ring te sluiten.

2 lossen: Haak de steken in de tweede losse vanaf de haak en sluit de toer met een halve vaste. Trek het draadeinde stevig aan en sluit zo de cirkel.

Zo dit zijn zowat de basis steken van het haken en hiermee kan jij al een heel eind weg. Van amigurumi’s haken tot mooie stoere woondekens, noem maar op. Ik hoop dat u hier iets aan heeft gehad en indien u nog vragen heeft of jouw project graag met ons wil delen kan dat altijd op Facebook & Instagram of per mail naar info@crochetcreations.be

Veel succes alvast met het haken!

Liefs, Marinka

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *