welke soorten haaksteken zijn er?

In het haken zijn er veel verschillende haaksteken. Hieronder zal ik je de basis haaksteken beschrijven. Er zijn ook veel moeilijkere steken waarmee je ook leuke projecten kan maken. Deze vind je dan ook vooral terug in de Haakbijbel & De Nieuwe Haakbijbel.

Hoe zet ik de opzet lus op?

De opzet lus of schuifknoop is het begin van je haakwerk. De lus moet strak zijn zodat hij niet van de naald kan schuiven. Liefst ook niet te strak zodat deze nog kan schuiven.
Je korte draadje moet zeker nog 10 cm lang zijn om je draadje op het einde van je werk nog te kunnen wegwerken. Indien je rechtshandig bent hou je met je rechterhand de haaknaald vast en met je linkerhand de draad. Je slaat de draad om de pink en je laat de draad over de wijsvinger liggen. Met je duim en middelvinger van je linkerhand hou je het knoopje onder de haaknaald vast en later ook je haakwerk.

Uiteraard is dit voor linkshandigen andersom.

Lossen haken – hoe haak ik een losse?

Een losse is de opzet van je haakproject waarop je de steken zal gaan haken. Om een losse te haken sla je de draad om de haaknaald, dat noemen we een omslag en haal je de draad door de lus die op de haaknaald zit. De schuifknoop hou je vast met je linkerhand. Herhaal dit tot je het aantal lossen hebt dat je nodig hebt. Dit noemen we een lossen ketting. Haak deze lossen ketting niet te strak.

losse haken
Vaste haken – Hoe haak ik een vaste?

Een vaste is een eenvoudige steek dat zorgt dat je werk vast en stevig wordt. Deze steek wordt vaak gebruikt voor kleine projecten zoals een mooi babydekentje of amigurumi’s. Steek de haaknaald in de volgende steek, omslaan en haal de draad door. Je hebt nu 2 lussen op de haaknaald. Sla de draad weer om en haal deze door de 2 lussen. Je haakt vasten tot het einde van de toer en telt je steken dan om te zien of je juist bent. Bij haken is het namelijk heel belangrijk dat je altijd telt en hertelt.

vaste haken
Halve vaste – Hoe haak ik een halve vaste?

Een halve vaste wordt vooral gebruikt voor de afwerking van een haakwerk (rand) of om je haakwerk te sluiten als je rond haakt.

Steek de haaknaald in de volgende steek, sla de draad om de naald, haal de draad door de steek en de lus op de naald.

Half stokje – Hoe haak ik een half stokje?

Bij een half stokje haak je steeds 2 keerlossen. Sla de draad om de naald, steek de naald in de steek (in het begin in de 1ste steek na de 2 keerlossen (= 3de steek). Haak de draad door de lus, je hebt nu 3 lussen op de naald. Sla de draad opnieuw om de naald en haal de draad in één keer door de 3 lussen.

Dus een half stokje: omslaan, insteken, doorhalen, weer omslaan en dan in één keer door de 3 lussen doorhalen.

Stokje haken – hoe haak ik een stokje?

Een stokje is een van de meest gebruikte steken die er zijn. Je haakwerk valt hiermee soepel en het haakt snel weg. Deze steek is ideaal om leuke dekentjes te haken. Bij een stokje haak je ook altijd 3 keerlossen. (Dit is de hoogte van je stokje). Sla de draad om de haaknaald, steek in de volgende steek, sla terug de draad om de haaknaald en haal door. Je hebt nu 3 lussen op de naald. Sla terug om de haaknaald en haal dan door de 2 lussen. Je hebt nu 2 lussen op de naald. Je slaat nog eenmaal de draad om de naald en haalt deze door de laatste 2 lussen zodat je nog maar 1 lus op de naald hebt.

Dubbel stokje – hoe haak ik een dubbel stokje?

Een dubbel stokje is bijna zoals een gewoon stokje alleen sla je bij het begin 2x de draad om de naald. Steek je haaknaald in de volgende steek, haal de draad door deze steek, vervolgens maak je 3x een omslag die je door de 2 steken haalt. (Bij een stokje doe je dit 2x)

Dit zijn zowat de basis steken. Er zijn uiteraard oneindig veel steken bij het haken. Je hebt hier leuke boeken voor zoals de haakbijbel of de nieuwe haakbijbel. Daarin vind je per boek 200 steken terug. Erg handig!